Dag 5 is aangebroken en we gaan weer een stuk verder. We vertrekken vanuit Normandië en gaan in de richting van Nice. Ja, dat lees je goed. Van het ene uiteinde van het land op naar de andere. Het scheelt dat deze route zonder omwegen “slechts” (ongeveer) 1200 km is… Nu wilden we dit niet in één keer doen, dus besloten we om een tussenstop te maken bij een Château. Vooruit lopend op de feiten, we gaan zeker niet op bezoek bij de Meilandjes!
De dag start niet bij de Lidl, maar gewoon op de camping. Je kon namelijk op de camping broodjes bestellen voor de volgende dag. We hadden dus croissants besteld die van de lokale bakker komen. Dit waren wel lekkere croissants, maar in principe was het niks bijzonders. Het is in ieder geval geen moment waarbij ik dacht wow, zoiets lekkers heb ik nog nooit gehad. Vervolgens reden we verder richting Château d’Azay-le-Rideau. Dit Château ligt naast de route die we rijden, dus leek ons een goede tussenstop. Eenmaal bij het Château aangekomen, viel het een beetje tegen. De tuinen waren niet echt goed onderhouden en het water was vies. Opzicht was het kasteel zelf wel mooi, maar verder niet bijzonder; ik heb ze namelijk wel mooier gezien. Wat wel leuk was, is dat er aan de binnenkant nog wat meubels stonden. Bij eerdere kastelen hadden ze binnenkant vaak leeg gelaten. Wat jammer is, want dan kreeg je nauwelijks een beeld van hoe het er vroeger uitzag.

Na het kasteel was het een flinke rit tot aan de camping. Wat ook mooi is om te zien in de reis, is de verandering in het landschap. Normandië had bijvoorbeeld gelig droog gras, (heel) veel maïsvelden en veel heuvels. Vervolgens kwamen we landinwaarts meer bebossing tegen en de maïsvelden veranderden in zonnebloemvelden en wijngaarden. Wanneer we verder zuidelijker kwamen, werden de heuvels steeds meer vervangen voor berggebieden. Dit is trouwens ook best leuk om doorheen te rijden. Vooral de stukken wanneer je naar beneden rijdt en het lijkt alsof je de afgrond in gaat. Wanneer je dan om je heen kijkt, krijg je prachtige uitzichten. Een ander grappig ding was opviel is het plaatje Caen. Dit is een grotere stad in Normandië. Vooral in Normandië zagen we overal borden richting Caen. Het maakte niet uit waar je naartoe reed, je kon altijd wel weer naar Caen. Zelfs wanneer we verder landinwaarts gingen, was er altijd wel een weg te vinden naar Caen.
Een ander opvallend ding met betrekking tot de wegen, is dat de Fransen echt houden van rotondes. Dit begon mij op te vallen toen we Bayeux in kwamen. Waar er echt 4 rotondes erg kort op elkaar zaten. En dan geen rotondes met 4 afslagen, maar variërend van 3 tot 7 ofzo. Maar niet alleen in de dorpen gebruiken ze veel rotondes, maar ook op knooppunten bij snelwegen. Dit zijn dan geen rotondes zoals bij het Velperbroek circuit, maar meer rotondes vergelijkbaar met het Keizer Karelplein in Nijmegen. Ik vond het wat dat betreft niet erg om op rotondes te rijden, want het gaat (naar mijn idee) sneller dan verkeerslichten.
Uiteindelijk kwamen we aan bij de camping. Bon soir, tu parles Anglais? Uhm… a little. Oke, daar gaan we weer. In een mooie combinatie van Engels en Frans begrepen we elkaar en konden we ’s avonds laat (uurtje of 21.45) nog een plekje krijgen op de camping. Voor wat te eten moesten we iets verderop zijn. Daar was het restaurant La Poncho. Bij het restaurant aangekomen, wilden we eigenlijk rechtsomkeer maken. De felle lichten en countrymuziek schrok ons enigszins af. Maar het ergste leek nog wel de groep (vooral oudere) mensen die aan het countrydansen was. Aan de andere kant, dit was het enige restaurant wat nog open was en we moesten toch iets eten. Met goede moed toch maar gaan zitten en eten besteld. Uiteindelijk zat het er eigenlijk heel gezellig. De muziek was niet van die typische countrymuziek, maar er zat een moderne swing in. Het eten smaakte prima en de plek op zichzelf leek gewoon erg gezellig. Prima afsluiting lijkt mij zo van een lange dag rijden. Morgen het laatste stukje naar Nice toe.

Mooie beschrijving van de route. Waarom niet even meegedaan met het linedance?
LikeLike