We’re going underground!

De tweede dag in Ho Chi Minh City (HCMC) is aangebroken. Vandaag gaan we naar de Cu Chi (spreek uit als: ku tjie) tunnels. Waarschijnlijk ken je deze tunnels wel; het zijn de tunnels die de Vietcong gebruikten om te vechten tegen de Amerikanen. De tunnels is wat het de Amerikanen moeilijk maakten tijdens de oorlog. Dit is ook niet zo gek, want het tunnelcomplex bestaat uit 300 km aan gangen. Daarnaast bestonden deze gangen uit honderden bochten en zijwegen. Je snapt dus wel dat het moeilijk is voor de Amerikanen om hier tegen te vechten. 

De trip begon met een busreis van 2 uur naar het tunnelcomplex. Net als bij Halong Bay hadden we nu weer een leuke reisgids. Hij begon met het vertellen over zijn naam. Dit was een of andere Vietnamese naam. Hij vertelde er dan ook al bij dat niemand dit kon onthouden, dus had hij een Amerikaanse naam voor zichzelf aangenomen. Hij noemde zichzelf John, John Wayne. “Just because I really love John Wayne”. Daarnaast benadrukte hij een paar keer dat het belangrijk is dat wij als toeristen goed bij elkaar moeten blijven; voor hem ziet elke westerse toerist er namelijk hetzelfde uit. In het complex was hij makkelijk te volgen. Als we verder liepen begon hij weer: “Hello! Is it me you looking for?”. En daarna ging het weer: “John Wayne group follow me!”

Het eerste wat we te zien kregen was een boobytrap. De Amerikanen probeerden op veel verschillende manieren de Vietcong uit te schakelen. Om dit tegen te gaan bouwden de Vietcong verschillende boobytraps. Natuurlijk hadden ze geen moderne technologie en bestonden hun boobytraps uit stukjes ijzer en bamboe. Dit maakten het echter niet minder gevaarlijk. Ze hadden zoveel verschillende manieren bedacht om de Amerikanen te grazen te nemen. De meeste boobytraps kwamen erop neer dat de Amerikanen in een gat vielen. Vervolgens werden hun benen opengereten, werden ze direct gespiesd of vielen ze in een gat met op del bodem ijzeren pinnen. De boobytraps lieten veel verschillende, vooral gruwelijke, manieren zien om de tegenstander uit te schakelen. 
Daarnaast kregen we uiteraard de tunnels zelf te zien. Dit begon bij het gat waar de Vietcong doorheen moesten. Dit gat was 40 bij 60 cm. Hier konden de toeristen als ze wilden inkruipen om te voelen hoe het was. Ik had verwacht dat ik bij lange na er niet in zou passen. Er was echter een man voor bij, die nog wat dikker was dan ik, die er ook in paste. Helaas hadden we niet genoeg tijd. We waren namelijk met een best wel grote tourgroep. Dit betekent dat we niet te lang konden wachten en vaak snel door moesten. Wat iedereen wel kon doen was de tunnel in. Deze tunnel van 150m lang, 1,20 m hoog en 60 cm breed was niet makkelijk om doorheen te kopen. Ik kon er gehurkt of kruipend net doorheen. Ze hebben dan notabene de tunnel al breder gemaakt, zodat westerse toeristen er doorheen kunnen. Wanneer je de tunnel ingaat kom je om de 20 m een uitgang tegen. Dit zorgt ervoor dat je niet te snel verdwaalt. Daarnaast wordt de tunnel steeds smaller/kleiner naarmate je dieper gaat. Het is dus geen aanrader als je last hebt van claustrofobie. Als ik er vervolgens bij nadenk dat de Vietcong dus dagelijks door deze smalle tunnels kropen… 

Er werd ook uitgelegd dat de tunnels uit drie verdiepingen bestaan. De eerste verdieping, waar wij doorheen kropen, was als schuilplaats voor wanneer de Amerikanen kwamen. De tweede verdieping (een paar meter lager), werd gebruikt als schuilplaats bij bombardementen. De laatste (derde) verdieping werd gebruikt om te vluchten. Als ze geen kant meer op konden, gingen ze hier in. Ik had al beschreven dat de tunnels erg smal waren. Dit betekent ook dat er dus minder lucht in de tunnel aanwezig is. Er werd verteld dat de Vietcong 1-2 uur in de tunnel konden blijven. Daarna kregen ze het al moeilijk vanwege zuurstofgebrek. Daarnaast was ook voedsel een probleem. In de tunnels was er geen vlees of groente aanwezig. Ook buiten de tunnels niet, omdat de Amerikanen met Agent Orange (een gifgas) en bombadarmenten de jungel nagenoeg vernietigd hadden. Het enige waar ze op leefden ws tapioca (ook wel casave). Wij kregen na de tunnel ook een stuk tapioca om te proeven. Je kunt het het beste vergelijken met een hele droge kleffe aardappel zonder smaak. Eigenlijk was dat precies wat het was. Wij kregen er nog een mengsel van zout, peper en pinda’s bij. Wanneer je het hierin dipte, was het eigenlijk best goed te eten. 

Daarnaast had je ook nog verschillende werkruimtes in de tunnels. Hierin maakten de Vietcong bijvoorbeeld kogels. Dit deden ze niet zelf. Ze gebruikten bommen van de Amerikanen die niet zijn afgegaan. Ze ontmantelden de bommen en haalden het kruit eruit. Hiermee konden ze nieuwe wapens maken. Overige wapens bestonden uit primitieve wapens gemaakt van bamboe en staal. Een andere werkplaats die ze hadden was om sandalen te maken. Deze maakten ze van oude banden. Bij een hutje waar wij kwamen, werden ze dan ook voor toeristen nog steeds gemaakt. Het voordeel van deze sandalen is dat er geen lijm werd gebruikt en ze dus ook in het water gedragen konden worden. Daarnaast hadden de Vietcong iets slims bedacht. Als ze wisten dat er Amerikanen in de buurt waren, draaiden ze hun slippers om. Hierdoor leek het alsof ze de andere kant opliepen.


Al met al was het een interessante dag, waarin wij veel hebben geleerd over de manier van leven in de tunnels. Het enige minpuntje aan de trip was dat het met een tour was. Dit betekent dat je vaak snel doorroest en dat iedereen uiteraard vooraan wil staan. Ik heb daarom ook niet van alles foto’s. Ik wil namelijk of een fatsoenlijke foto of geen foto. Aangezien ik niet als de aso toerist overal heb voorgedrongen, heb ik niet van alles foto’s. De reis vervolgt morgen naar Phmom Penh (Cambodja)! Een busrit van 7 uur :)…

Een gedachte over “We’re going underground!

Plaats een reactie